Uw wagenpark
Veelgestelde vragen
Fiscale regels roepen verschillende vragen op. Wij hebben hieronder de meestgestelde vragen mbt "Privégebruik auto van de zaak" voor u op een rij gezet.
Algemene vragen
- Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
- Wat zijn de gevolgen voor mij als werkgever?
- Wat is per saldo de impact, op het leasetarief, aanpassing BPM en MRB?
- Wat zijn de gevolgen op reeds bestelde auto’s? Is er een overgangsregeling?
- In hoeverre mag LeasePlan de impact van de maatregelen aan u doorbelasten?
- Zijn de gevolgen van de fiscale maatregelen direct terug te zien in de leasetarieven?
- Hoe moeten normen in de autoregeling worden aangepast? Wat is de impact op de indexering; wanneer kan LeasePlan daar uitsluitsel over geven?
- Wat is de impact op de omslagpunten voor benzine, LPG en diesel?
- Kan een in bestelling staande auto worden geannuleerd indien de fiscale wijzigingen leiden tot hogere exploitatiekosten en/of een hogere fiscale bijtelling?
- Wat staat ons in 2011 te wachten?
1. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
De belangrijkste wijziging is het invoeren van de BPM-heffing op basis van absolute CO2-uitstoot. Met andere woorden, naast het basispercentage van 27,4% x netto-cataloguswaarde wordt de hoogte van de BPM ook bepaald door de CO2-uitstoot. Het gevolg hiervan is dat de energielabels niet langer dienen als basis voor de
berekening van de BPM en dat ook de slurptax komt te vervallen. Echter, dit wil niet zeggen dat het energielabel volledig uit het straatbeeld verdwijnt. Indien u in 2010 naar de dealer gaat, zal nog steeds
het energielabel bij de auto worden getoond (wellicht in een aangepaste vorm). Wie in 2009 een nieuwe auto kocht, had dankzij de energielabeling een goed handvat om een zuinige auto te herkennen.
Alle nieuwe personenauto’s kregen namelijk een energielabel. Een auto met energielabel A was het zuinigst in zijn voertuigklasse; een auto met energielabel G het minst zuinig. De letters correspondeerden ook met een
kleurcode. Een zuinige auto binnen zijn klasse kreeg een groen label, en onzuinige auto’s kregen een rood label. Afhankelijk van de letter en kleurcode werd ook de verschuldigde BPM gunstiger of ongunstiger, omdat het corresponderende energielabel een korting of een toeslag betekende op de te betalen BPM.
2. Wat zijn de gevolgen voor mij als werkgever?
De gevolgen zijn zeer divers en zeer afhankelijk van de toekomstig te kiezen leaseauto’s. De diverse maatregelen hebben vooral een effect op het BPM-bedrag van nieuwe auto’s. Afhankelijk van het autotype, zal de consumentenprijs (inclusief BPM en BTW) nauwelijks tot sterk wijzigen. Grote positieve of negatieve aanpassingen kunnen voor een importeur aanleiding zijn om bij bepaalde autotypen de fabrieksprijs aan te passen. Een aanpassing van de consumentenprijs heeft weer een direct gevolg voor de exploitatiekosten van een auto en uiteraard op de fiscale bijtelling voor de berijder. Daarnaast hebben de aanpassingen van het MRB-tarief direct gevolgen voor de exploitatiekosten.
3. Wat is per saldo de impact, op het leasetarief, aanpassing BPM en MRB?
Dit zal per auto sterk verschillen. De fiscale wijzigingen zullen effect hebben op het BPM-tarief van een auto. Afhankelijk van het autotype, zal de consumentenprijs (inclusief BPM en BTW) nauwelijks tot sterk wijzigen.
Grote positieve of negatieve aanpassingen kunnen voor een importeur aanleiding zijn om bij bepaalde autotypen de fabrieksprijs aan te passen. Een aanpassing van de consumentenprijs heeft weer een direct
gevolg op de exploitatiekosten van een auto en uiteraard op de fiscale bijtelling voor de berijder.
De aanpassingen van de consumentenprijzen, door de effecten van de BPM-maatregelen evenals de wijziging in MRB-tarieven, hebben samen invloed op de exploitatiekosten. Wij adviseren u om medio januari 2010 de effecten op de autokeuze van uw berijders te toetsen en zonodig de (norm)leasetarieven bij te stellen. Dit zal pas medio januari mogelijk zijn omdat de nieuwe aangepaste prijslijsten van de importeurs niet eerder bekend zullen zijn. Uw vaste contactpersoon bij LeasePlan kan u dan vanzelfsprekend adviseren.
4. Wat zijn de gevolgen op reeds bestelde auto’s? Is er een overgangsregeling?
De maatregelen op het gebied van de fiscale bijtelling (0%-categorie) gelden per 1 januari 2010. De MRB- verhoging geldt voor reeds rijdende auto’s, alle in bestelling staande- en nieuw te bestellen auto’s. De BPM-maatregelen zijn van toepassing voor alle personenauto’s met een kentekenregistratie vanaf 1 januari 2010. De MRB-vrijstelling voor zeer zuinige auto’s geldt vanaf 1 januari 2010. Voor de reeds bestelde auto’s geldt voor
de BPM een overgangsregeling. Indien voor een bepaalde auto sprake is van een BPM-verlaging (ten opzichte van de regeling van voor 1 januari 2010) en vóór 1 januari 2010 het kentekenbewijs al is afgegeven en de auto wordt binnen 2 maanden na ingang van de nieuwe regeling tenaamgesteld, kan de nieuwe regeling worden toegepast. In het geval dat vóór 1 januari 2010 het kentekenbewijs is afgegeven, én de auto ook al voor die
datum op naam is gesteld, dient het tarief op basis van de oude tabel te worden toegepast.
Bij een eventuele BPM-tariefsverhoging hoeft deze niet te worden toegepast, indien vóór 1 januari 2010 voor de betreffende auto het kentekenbewijs al is afgegeven en de auto binnen 2 maanden na de ingangsdatum
(in dit geval dus in januari en februari 2010) te naam is gesteld. Het totaal van alle BPM-maatregelen
moet bij elkaar worden genomen om te bezien of het tot een verlaging dan wel een verhoging leidt.
5. In hoeverre mag LeasePlan de impact van de maatregelen aan u doorbelasten?
Volgens de met u overeengekomen Mantelovereenkomst en de daaraan gekoppelde Algemene Voorwaarden is
LeasePlan gerechtigd prijswijzigingen als gevolg van overheidsmaatregelen door te berekenen in de leasetarieven.
6. Zijn de gevolgen van de fiscale maatregelen direct terug te zien in de leasetarieven?
Jazeker. Wijzigingen op het gebied van MRB en brandstofaccijnzen leiden bij nieuwe en rijdende auto’s tot
tariefswijzigingen. BPM-wijzigingen leiden daarnaast tot directe prijswijzigingen bij nieuwe auto’s. In het verlengde zullen daarom ook de prijzen van tweedehandse auto’s wijzigen. Hierop zullen leasemaatschappijen moeten anticiperen.
7. Hoe moeten normen in de autoregeling worden aangepast? Wat is de impact op de indexering; wanneer kan LeasePlan daar uitsluitsel over geven?
De aanpassingen van de consumentenprijzen als gevolg van de effecten van de BPM-maatregelen, evenals de wijziging in MRB-tarieven, hebben tezamen invloed op de exploitatiekosten. Wij adviseren om medio januari 2010 de effecten op de autokeuze van uw berijders te toetsen en zonodig de normbedragen bij te stellen. Dit
zal pas medio januari mogelijk zijn omdat de nieuwe aangepaste prijslijsten van de importeurs niet eerder bekend zullen zijn.
8. Wat is de impact op de omslagpunten voor benzine, LPG en diesel?
Uw contactpersoon kan u medio januari 2010 adviseren over wat de omslagpunten zijn.
9. Kan een in bestelling staande auto worden geannuleerd indien de fiscale wijzigingen leiden tot hogere exploitatiekosten en/of een hogere fiscale bijtelling?
Ja, dit is mogelijk. Echter, de hiermee gemoeide kosten worden aan u doorberekend. Volledigheidshalve verwijzen wij u naar de Algemene voorwaarden: “In geval van annulering van het bestelde Object op verzoek van Cliënt, zullen alle daarmee gemoeide kosten voor rekening van Cliënt komen en zal LeasePlan deze kosten aan Cliënt doorberekenen.”.
10. Wat staat ons in 2011 te wachten?
In 2011 zal het BPM-basispercentage verder worden afgebouwd, waarbij tevens de heffing op basis van CO2-uitstoot verder zal worden gecontinueerd en zullen de tariefschijven worden aangescherpt. Als gevolg van de afbouw van de BPM-heffing zal de MRB worden verhoogd. Daarnaast zal een differentiatie plaats gaan vinden in de MRB voor onzuinige auto’s en dieselauto’s. Dit heeft allemaal te maken met de toekomstige invoering van de kilometerheffing. Deze heffing zal ook gedifferentieerd plaatsvinden naar tijd, plaats en milieu-kenmerken. Helaas is niet exact bekend wanneer de kilometerheffing wordt ingevoerd.
Vragen over de BPM
- Wat is absolute CO2-uitstoot?
- Wat zijn de gevolgen van het invoeren van het BPM tariefschema?
- Wat zijn de gevolgen op reeds bestelde auto’s? Is er een overgangsregeling?
- Wat zijn de veranderingen voor grijskenteken voertuigen?
1. Wat is absolute CO2-uitstoot?
In het verleden werd er gekeken naar de voertuigklasse, waarbij de CO2-uitstoot en het brandstofverbruik werd vergeleken met soortgelijke auto’s uit dezelfde voertuigklasse.
Zo is er een relatief zuinigheidsbegrip ontstaan. Bijvoorbeeld een SUV kon in 2009 een groen label hebben, terwijl een kleine auto een onzuinig label had. Dit had te maken met de vergelijking die werd getrokken met
voertuigen die in dezelfde voertuigklasse zuiniger of onzuiniger waren dan het gemiddelde in die voertuigklasse. Om dit relatieve onderscheid een halt toe te roepen is besloten om per 1 januari 2010 enkel nog de BPM te berekenen op basis van de absolute CO2-uitstoot oftewel de werkelijke CO2-uitstoot zonder de vergelijking
te maken met andere voertuigen.
2. Wat zijn de gevolgen van het invoeren van het BPM tariefschema?
De BPM-heffing is vanaf 1 januari 2010 op basis van absolute CO2-uitstoot. Dit geldt echter niet voor reeds rijdende auto’s, maar enkel voor personenauto’s met een kentekenregistratie vanaf 1 januari 2010. Door de invoering van het tariefschema komen de energielabels te vervallen en kunnen er verschuivingen plaatsvinden.
Immers, een auto die in 2009 nog onder een B-labeling viel en waar een korting van € 700 voor gold, kan nu op basis van absolute CO2-uitstoot meer BPM moeten betalen dan in 2009. Overigens kan het omgekeerde ook gelden.
3. Wat zijn de gevolgen op reeds bestelde auto’s? Is er een overgangsregeling?
De maatregelen op het gebied van de fiscale bijtelling (0%-categorie) gelden per 1 januari 2010. De MRB- verhoging geldt voor reeds rijdende auto’s, alle in bestelling staande- en nieuw te bestellen auto’s. De BPM-maatregelen zijn van toepassing voor alle personenauto’s met een kentekenregistratie vanaf 1 januari 2010. De MRB-vrijstelling voor zeer zuinige auto’s geldt vanaf 1 januari 2010. Voor de reeds bestelde auto’s geldt voor
de BPM een overgangsregeling. Indien voor een bepaalde auto sprake is van een BPM-verlaging (ten opzichte van de regeling van voor 1 januari 2010) en vóór 1 januari 2010 het kentekenbewijs al is afgegeven en de auto wordt binnen 2 maanden na ingang van de nieuwe regeling tenaamgesteld, kan de nieuwe regeling worden toegepast. In het geval dat vóór 1 januari 2010 het kentekenbewijs is afgegeven, én de auto ook al voor die
datum op naam is gesteld, dient het tarief op basis van de oude tabel te worden toegepast.
Bij een eventuele BPM-tariefsverhoging hoeft deze niet te worden toegepast, indien vóór 1 januari 2010 voor de betreffende auto het kentekenbewijs al is afgegeven en de auto binnen 2 maanden na de ingangsdatum
(in dit geval dus in januari en februari 2010) te naam is gesteld. Het totaal van alle BPM-maatregelen
moet bij elkaar worden genomen om te bezien of het tot een verlaging dan wel een verhoging leidt.
4. Wat zijn de veranderingen voor grijskenteken voertuigen?
Wanneer u als ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968, de bestelauto voor meer dan 10% van de jaarlijks gereden kilometers zakelijk gebruikt, is een BPM-vrijstelling van toepassing. Op deze manier wordt de ondernemer niet getroffen door de aan gekondigde BPM-wijzigingen. In andere gevallen zal de bestelauto wel worden getroffen door de BPM-wijzigingen. Voor voertuigen voor specifieke doeleinden
(bijvoorbeeld kampeer- of pantserauto’s), de bestelauto en motorrijwielen geldt dat de netto-cataloguswaarde de basis blijft voor de BPM-heffing. Het BPM-percentage bedraagt 37,7% van de netto-cataloguswaarde vermeerderd of verminderd met een dieseltoeslag of benzinekorting van € 273 respectievelijk € 1.283.
Om gebruik te maken van de BPM-vrijstelling dient de ondernemer aan de leasemaatschappij een zogenaamde ondernemersverklaring af te geven. Middels dit document verklaart de ondernemer te voldoen aan gestelde BPM-vrijstellingsvoorwaarden. Wanneer de leasemaatschappij niet in het bezit is van een dergelijke verklaring, kan de BPM-vrijstelling niet worden toegepast. Heeft u vragen over deze verklaring, neemt u dan contact op met uw contactpersoon bij LeasePlan. In beginsel is bijtelling (van meestal 25%) verschuldigd over de aanschafwaarde (netto-cataloguswaarde + BTW + BPM). Deze bijtelling geldt niet wanneer middels een
rittenadministratie wordt aangetoond dat minder dan 500 km privé wordt gereden door de werknemer. Wanneer de bestelauto niet buiten werktijden kan worden gebruikt, het privégebruik wordt verboden of de bestelauto is enkel ingericht voor goederenvervoer, is geen bijtelling verschuldigd. Wanneer de bestelauto doorlopend afwisselend wordt gebruikt door meerdere bestuurders, dan kan de bijtelling worden afgekocht middels een eindheffing van € 300.
Vragen over de bijtelling
- Wat zijn de gevolgen voor de berijder van een leaseauto?
- Op welke auto’s is de 0%, 14% en 20%-bijtelling van toepassing? En wanneer wordt de 0%-bijtellingsregeling van kracht?
- Blijft de 14% bijtelling van toepassing op hybride auto’s en wat zijn de voorwaarden?
- Waar kan de berijder vinden welk bijtellingspercentage van toepassing is: 0%, 14%, 20% of 25%?
1. Wat zijn de gevolgen voor de berijder van een leaseauto?
In het algemeen is de bijtelling enkel van toepassing indien meer dan 500 km per jaar privékilometers worden gereden met de leaseauto. Vanaf 1 januari 2010 wordt een korting van 25% op het basispercentage van ten minste 25% verstrekt voor zero-emissieauto’s (per saldo 0%-bijtelling). Daarnaast blijft voor de berijder de CO2-uitstoot van een auto dus relevant voor de fiscale bijtelling.
2. Op welke auto’s is de 0%, 14% en 20%-bijtelling van toepassing? En wanneer wordt de 0%-bijtellingsregeling van kracht?
Voor zero-emissie auto’s geldt een 0%- bijtelling (zie hierboven). Voor zeer zuinige auto’s is de bijtelling beperkt tot ten minste 14% van de fiscale waarde. Er is sprake van een zeer zuinige auto indien de CO2-uitstoot niet hoger is dan 95 g/km voor een auto met een diesel/aardgasmotor of niet hoger dan 110 g/km
voor een auto met een andere motor. Voor zuinige auto’s is de bijtelling beperkt tot ten minste 20% van de fiscale waarde. Een zuinige auto heeft een CO2-uitstoot die hoger is dan 95 g/km, maar niet hoger is
dan 116 g/km bij een auto met een diesel/aardgasmotor. Bij een auto met een andere motor is deze CO2-uitstoot hoger dan 110 g/km, maar niet hoger dan 140 g/km. De regelingen voor 14%- en 20%-bijtelling zijn van kracht sinds 1 januari 2009. Enkel de bijtelling van 0% is van kracht per 1 januari 2010.
3. Blijft de 14% bijtelling van toepassing op hybride auto’s en wat zijn de voorwaarden?
Ja, deze is van toepassing maar niet op alle hybride auto’s. Ook deze auto’s moeten voldoen aan de gestelde eisen: voor zeer zuinige auto’s zal de bijtelling worden beperkt tot 14% van de fiscale waarde. Dit zijn auto’s die een CO2-uitstoot hebben van maximaal 95 g/km voor een auto met een diesel/aardgasmotor en maximaal 110
g/km voor een auto met een andere motor. Een hybride auto kan ook vallen in de 20%-categorie die geldt voor zuinige auto’s. Er is sprake van een zuinige auto indien de CO2-uitstoot hoger is dan 95 g/km, maar
niet hoger dan 116 g/km bij een auto met een diesel/aardgasmotor. Bij een auto met een andere motor is er sprake van een lage CO2-uitstoot indien deze uitstoot hoger is dan 110 g/km, maar niet hoger dan 140 g/km.
4. Waar kan de berijder vinden welk bijtellingspercentage van toepassing is: 0%, 14%, 20% of 25%?
De officiële merkdealer kan uw berijders hierover exact informeren. Het percentage van 0% geldt enkel voor zero-emissie voertuigen. Het percentage van 14% geldt slechts voor enkele typen auto’s die een CO2-uitstoot
hebben van maximaal 95 g/km voor een auto met een diesel/aardgasmotor of niet hoger dan 110 g/km voor een auto met een andere motor. Het betreft, op basis van de huidige gegevens, onder andere een 4-tal kleine
autotypen: de Citroën C1, Honda Civic Hybrid, Toyota Prius en de Toyota Aygo. Het percentage van 20% geldt voor zuinige auto’s zoals de Alfa Romeo MiTo, Audi A3, Fiat 500, Ford Fiesta, Seat Leon, en VW Golf. Er is sprake van een zuinige auto indien de CO2-uitstoot hoger is dan 95 g/km, maar niet hoger is dan
116 g/km bij een auto met een diesel/aardgasmotor. Bij een auto met een andere motor is er sprake van een auto met een lage CO2-uitstoot indien deze uitstoot hoger is dan 110 g/km, maar niet hoger dan 140 g/km.
Indien de auto een CO2-uitstoot heeft die hoger is dan 116 g/km bij een auto met een diesel/aardgasmotor en hoger dan 140 g/km bij een auto met een andere motor geldt het basispercentage van ten minste 25%.
Vragen over de MRB
Is de MRB-aanpassing ook van toepassing op het rijdende wagenpark?
Ja, de verhoging van 7,8% naar 8,4% gaat ook gelden voor het rijdende wagenpark. Echter, voor zeer zuinige auto’s (0% en 14%-bijtelling) geldt een vrijstelling van MRB. Voor alternatieve brandstoffen, bijvoorbeeld E85, een hogere blend ethanol, biodiesel of puur plantaardige olie, gaan dezelfde MRB-tarieven gelden als voor benzine- en dieselauto’s. De hogere MRB-brandstoftoeslagen voor deze alternatieve brandstoffen komen te vervallen.
Let op:
Aan deze teksten kunnen door u geen rechten worden ontleend.
Voor adviezen raadpleeg de Belastingsdienst of uw eigen fiscaal adviseur.
